Vragen Wassenberg over de verkoop van dood­ge­schoten herten uit de Oost­vaar­ders­plassen


Vragen van het lid Wassenberg (PvdD) aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, over de verkoop van doodgeschoten herten uit de Oostvaardersplassen.

1. Kent u het bericht ‘Poelier in Amsterdam gaat doodgeschoten edelherten Oostvaardersplassen verkopen’? [1]

2. Klopt het dat elk hert afzonderlijk zal worden gekeurd door de NVWA, voorafgaand aan de verkoop?

3. Is het gebruikelijk dat afgeschoten dieren vanuit de jacht stuk voor stuk gekeurd worden door de NVWA? Zo ja, kunt u de procedure toelichten? Zo nee, kunt u aangeven waarom dat in dit geval wel zo is?

4. Hoe verhouden deze intensieve en individuele controles zich tot uw eerdere uitspraken inzake mestfraude: “Als we alles op alles zetten om mestfraude te voorkomen, krijgen we problemen op andere vlakken" en "We kunnen niet op iedere vracht een controleur zetten. Het blijft de verantwoordelijkheid van de sector. Zij zullen daarom een plan van aanpak opstellen."?[2]

5. Betekent de intensieve controle op de kwaliteit van hertenvlees afkomstig uit de Oostvaardersplassen dat er geen capaciteitsproblemen meer zijn bij de NVWA wat betreft het toezicht op dierenwelzijnsproblemen in de intensieve veehouderij en elders?

6. Houdt de NVWA ook toezicht op het afschot van elk afgeschoten hert? Zo nee, waarom dan wel op de kwaliteit van het vlees en niet op dierenwelzijn ten tijde van de uitvoering van het afschotplan?

7. Hoe garandeert u, nu de helft van de boswachters gewetensbezwaren heeft tegen het afschot van gezonde edelherten en om die reden overgeplaatst is [3] , dat de mensen die hun plek hebben ingenomen vaardig genoeg zijn om een gezond, schichtig dier van grote afstand in één keer te doden, zodat het dier een lijdensweg door verwonding bespaard blijft?

8. Is het waar dat er personeel van het Koninklijk jachtdepartement is ingeschakeld bij de uitvoering van het massale afschot? Zo ja, is de jaarlijkse subsidie van 800.000 aan het Koninklijk jachtdepartement daarvoor bedoeld?


[1] https://www.rtlnieuws.nl/nieuw...

[2] http://www.boerenbusiness.nl/m...

[3] https://www.volkskrant.nl/nieu...

Antwoorddatum: 1 feb. 2019

1

Kent u het bericht ‘Poelier in Amsterdam gaat doodgeschoten edelherten Oostvaardersplassen verkopen’?

Antwoord

Ja.

2

Klopt het dat elk hert afzonderlijk zal worden gekeurd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), voorafgaand aan de verkoop?

Antwoord

Ja, dat is juist. De dieren worden verwerkt op een EU-erkende wildbewerkingsinrichting (WBI). Op de WBI is Verordening (EG) nr. 853/2004 van toepassing. Hierin staat onder andere dat wild dat aan de WBI is aangeleverd aan de bevoegde autoriteit ter keuring moet worden aangeboden. Daarnaast mag wild dat op een WBI wordt verwerkt alleen in de handel worden gebracht als het een eindkeuring zoals bedoeld in Verordening (EG) nr.854/2004 heeft ondergaan met gunstig resultaat. De bevoegde autoriteit is de NVWA en verricht deze eindkeuring.

3

Is het gebruikelijk dat afgeschoten dieren vanuit de jacht stuk voor stuk gekeurd worden door de NVWA? Zo ja, kunt u de procedure toelichten? Zo nee, kunt u aangeven waarom dat in dit geval wel zo is?

Antwoord

Ja, dat is gebruikelijk voor wild dat wordt aangeboden aan een WBI. Elk stuk wild dient volgens EU-wetgeving eerst te worden onderzocht en beoordeeld op voedselveiligheidsrisico’s door een persoon/jager, die hiervoor een speciale opleiding heeft gevolgd (gekwalificeerd persoon). Relevante informatie uit dit onderzoek dient met het karkas te worden meegezonden naar de WBI, waar de NVWA deze informatie meeneemt bij de individuele keuring van het wild voor geschiktheid voor menselijke consumptie (zie antwoord op vraag 2). Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat kleine hoeveelheden wild voor de lokale markt door een gekwalificeerd persoon direct worden aangeboden aan poelier en horeca zonder tussenkomst van een WBI. Een individuele beoordeling door de gekwalificeerde persoon blijft altijd verplicht. Voor de herten uit de Oostvaardersplassen is afgesproken om deze alleen via de WBI aan te bieden.

4

Hoe verhouden deze intensieve en individuele controles zich tot uw eerdere uitspraken inzake mestfraude, te weten: “Als we alles op alles zetten om mestfraude te voorkomen, krijgen we problemen op andere vlakken", en: "We kunnen niet op iedere vracht een controleur zetten.

Het blijft de verantwoordelijkheid van de sector. Zij zullen daarom een plan van aanpak opstellen"?

Antwoord

De verplichting tot het individueel laten keuren van elk stuk grof vrij wild (edelhert, damhert, ree, wild zwijn) is in de Europese hygiëne verordeningen vastgelegd, analoog aan de reeds lang bestaande individuele vleeskeuring van runderen, schapen en andere landbouwhuisdieren. Deze wetgeving beoogt de veiligheid van levensmiddelen te waarborgen. Het voorkomen van fraude is een ander doel, met als gevolg andere afwegingen ten aanzien van de fraude-risico’s.

5

Betekent de intensieve controle op de kwaliteit van hertenvlees afkomstig uit de Oostvaardersplassen dat er geen capaciteitsproblemen meer zijn bij de NVWA wat betreft het toezicht op dierenwelzijnsproblemen in de intensieve veehouderij en elders?

Antwoord

De keuring van vlees betreft een controle op voedselveiligheid en geschiktheid voor humane consumptie. De keuring van vlees van wild is slechts een zeer beperkt deel van alle werkzaamheden die de NVWA uitvoert.

Keuringen voor wild beslaan nog geen 600 uur op jaarbasis, ca. 0,3% van de keuringen van landbouwhuisdieren.

6

Houdt de NVWA ook toezicht op het afschot van elk afgeschoten hert? Zo nee, waarom dan wel op de kwaliteit van het vlees en niet op dierenwelzijn ten tijde van de uitvoering van het afschotplan?

Antwoord

De omgevingsdienst houdt steekproefsgewijs toezicht op de uitvoering van de opdracht tot afschot van edelherten en beperkt zich tot naleving van de Wet natuurbescherming, waarin overigens ook een zorgplicht is opgenomen.

De NVWA houdt toezicht op de naleving van wetgeving voor dierenwelzijn en voedselveiligheid. Voor het doden van landbouwhuisdieren in het slachthuis is Europese en nationale wetgeving van kracht, die tot doel heeft het dierenwelzijn te waarborgen. Deze wetgeving is niet van toepassing op dieren die tijdens de jacht in de vrije natuur gedood worden. Wel moet in het kader van de Europese wetgeving voor voedselveiligheid elk hert worden beoordeeld door een persoon/jager, die hiervoor een speciale opleiding heeft gehad (gekwalificeerd persoon, zie antwoord op vraag 3). Hij dient relevante informatie uit dit eerste onderzoek in een verklaring mee te sturen met het dier naar de WBI. Deze informatie wordt meegenomen bij de keuring van het wild door de NVWA (zie antwoord op vraag 2).

7

Hoe garandeert u, nu de helft van de boswachters gewetensbezwaren heeft tegen het afschot van gezonde edelherten en om die reden overgeplaatst is, dat de mensen die hun plek hebben ingenomen vaardig genoeg zijn om een gezond, schichtig dier van grote afstand in één keer te doden, zodat het dier een lijdensweg door verwonding bespaard blijft?

Antwoord

U refereert kennelijk aan de omstandigheid dat Staatsbosbeheer op verzoek van twee boswachters en in goed overleg met hen, een andere werkplek heeft gezocht en gevonden, omdat de betrokken personen na jarenlang uitvoeren van het ICMO-beleid het niet wenselijk vonden dat zij nu het nieuwe beleid zouden gaan uitvoeren. Er zijn nieuwe medewerkers aan het bestaande team toegevoegd en er is sprake van een voldoende groot en ervaren team van faunabeheerders om de opdracht professioneel uit te voeren.

8

Is het waar dat er personeel van het Koninklijk Jachtdepartement is ingeschakeld bij de uitvoering van het massale afschot? Zo ja, is de jaarlijkse subsidie van 800.000 euro aan het Koninklijk Jachtdepartement daarvoor bedoeld?

Antwoord

Nee, voor het afschot van edelherten in de Oostvaardersplassen is geen personeel van het Koninklijk Jachtdepartement ingeschakeld. De door u genoemde subsidie is bedoeld voor beheer– en inrichtingsmaatregelen van het Kroondomein.