Vragen Wassenberg over ernstige misstanden op paar­den­markt in Hedel


Schriftelijke vragen van het lid Wassenberg (PvdD) aan de minister van LNV over ernstige misstanden op paardenmarkt in Hedel.

1. Heeft u kennis genomen van de videobeelden van de ernstige misstanden op de paardenmarkt in Hedel op 5 november, waarbij paarden op ruwe wijze werden behandeld, te weinig water en voer kregen, kort aangebonden stonden en zichtbaar open wonden, gecoupeerde staarten en misvormde of vergroeide hoeven hadden? [1, 2]

2. Deelt u de mening dat dit overtredingen betreft van de Wet dieren artikel 1.3 lid 3? Zo nee, waarom niet?

3. Deelt u de mening dat paardenmarkten in hun huidige vorm overtredingen van de Wet dieren in de hand werken? Zo nee, hoe verklaart u dan de jarenlange aaneenschakeling van misstanden op paardenmarkten?

4. Hoe beoordeelt u het optreden van de NVWA, die volgens berichtgeving aangeeft dat mogelijke overtredingen niet ‘tijdens de inspectie’ gebeurd zijn? [1, 2]

5. Klopt het dat er twee paarden met de besmettelijke ziekte droes zijn aangekocht op de paardenmarkt in Hedel? Zo ja, hoe heeft het kunnen gebeuren dat deze paarden verhandeld zijn?

6. Hoe garandeert de NVWA dat er geen zieke paarden verhandeld worden en in de vleesketen terecht komen, als er slechts steekproefsgewijs wordt gecontroleerd?

7. Zijn de misstanden op de paardenmarkt in Hedel te wijten aan het ‘gebrek aan duidelijkheid’ over een aantal juridische zaken, zoals ‘het stellen van eisen aan dierenwelzijn door een gemeente op een paardenmarkt en de toepasselijkheid van de Wet dieren’? [3] Zo nee, waarom niet?

8. Deelt u de mening dat open normen in de Wet dieren en een vrijblijvend keurmerk van de Sectorraad Paarden zorgen voor onduidelijkheid bij toezichthoudende en handhavende instanties? Zo nee, waarom niet?

9. Hoe kan het dat de gemeente Maasdriel als bevoegd gezag niet heeft opgetreden tegen bovengenoemde misstanden?

10. Hoe wordt het ‘lokaal deskundig toezicht en handhaving’ door gemeenten vormgegeven? [3] Welke diensten zijn daarbij betrokken?

11. Deelt u de constatering van de Raad voor Dieraangelegenheden dat in de huidige praktijk het welzijn van paarden bestemd voor de (internationale handel) in het gedrang komt, aangezien de totale duur van het vervoer en verblijf op de markt de maximaal toegestane duur van 24 uur (Europese Transportverordening) in de regel wordt overschreden? [4] Deelt u de mening dat er om die reden strikter toezicht en handhaving nodig is? Zo ja, hoe bent u van plan hier vorm aan te geven? Zo nee, waarom niet?

12. Waarom wordt nog altijd ingezet op zelfregulering door de sector, ondanks jaarlijkse berichtgeving over ernstige misstanden op paardenmarkten? Waarom wordt de specialistische zorg voor paarden en de definitie van paardenmishandeling niet wettelijk vastgelegd, zodat handhavers hierop kunnen acteren?

13. Kunt u aangeven wat er op het gebied van dierenwelzijn en de controle en handhaving daarop is verbeterd op de paardenmarkt van Hedel, sinds lid Ouwehand op 11 november 2010 daarover vragen stelde aan uw ambtsvoorganger Bleker? [5] Erkent u dat er sprake is van jarenlang gedogen van praktijken die het welzijn van paarden aantasten, wanneer acht jaar na constatering van eenzelfde soort misstanden op de paardenmarkt in Hedel, en de daaropvolgende belofte van uw voorganger om de omstandigheden voor de dieren te verbeteren, dergelijke misstanden zich nog altijd op grote schaal voordoen?

14. Deelt u de constatering van uw ambtsvoorganger dat het verbeteren van het welzijn van de dieren op paardenmarkten essentieel is voor het maatschappelijk draagvlak voor deze paardenmarkten? Welke gevolgen hebben deze voortdurende misstanden volgens u voor het maatschappelijk draagvlak voor paardenmarkten? Welke consequenties verbindt u hieraan?

[1] https://radar.avrotros.nl/nieu...

[2] https://www.animalstoday.nl/ka...

[3] Stand van zakenbrief paarden, 27 september 2018, Kamerstuk 28 286, nr. 989

[4] Raad voor Dieraangelegenheden, Paardenmarkten in Nederland – Man en Paard noemen, 2 maart 2017, pagina 33.

[5] Antwoord (ontvangen 15 december 2010) op vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over misstanden op de paardenmarkt in Hedel (ingezonden 11 november 2010).

Antwoorddatum: 1 feb. 2019

Antwoord van minister Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) (ontvangen 1 februari 2019)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2018-2019, nr. 988

1

Heeft u kennis genomen van de videobeelden van de ernstige misstanden op de paardenmarkt in Hedel op 5 november, waarbij paarden op ruwe wijze werden behandeld, te weinig water en voer kregen, kort aangebonden stonden en zichtbaar open wonden, gecoupeerde staarten en misvormde of vergroeide hoeven hadden?

Antwoord

Ja.

2

Deelt u de mening dat dit overtredingen betreft van de Wet dieren artikel 1.3 lid 3? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Houders van paarden zijn verantwoordelijk voor het welzijn van hun dieren tijdens vervoer naar en verblijf op de markt. Daarnaast dient ook de marktorganisatie zorg te dragen voor het voorkomen van welzijnsproblemen tijdens het verblijf op de markt. Daarom zijn in opdracht van de organisatie van de paardenmarkt door dierenartsen controles uitgevoerd tijdens de aanvoerperiode van de dieren.

Hierbij zijn geen overtredingen van Wet dieren artikel 1.3 lid 3 vastgesteld door de NVWA.

3

Deelt u de mening dat paardenmarkten in hun huidige vorm overtredingen van de Wet dieren in de hand werken? Zo nee, hoe verklaart u dan de jarenlange aaneenschakeling van misstanden op paardenmarkten?

Antwoord

De Raad voor dierenaangelegenheden (RDA) heeft op verzoek van mijn ambtsvoorganger de Zienswijze Paardenmarkten in Nederland, man en paard noemen uitgebracht (Kamerstuk 28 286, nr. 905). De RDA constateert daarin dat in Nederland paardenhouderij, en daarmee ook paardenhandel, geaccepteerd en ingebed is in de maatschappij. Er zijn vele kanalen voor paardenhandel en de markt is er een die vaak gecombineerd wordt met andere maatschappelijke evenementen. De Raad komt tot de conclusie dat paardenmarkten in de huidige maatschappij een acceptabele manier vormen voor handel in paarden, onder voorwaarde dat het welzijn niet in het gedrang komt bij het verblijf op de markt. Ik sluit mij aan bij het oordeel van de RDA.

4

Hoe beoordeelt u het optreden van de NVWA, die volgens berichtgeving aangeeft dat mogelijke overtredingen niet ‘tijdens de inspectie’ gebeurd zijn?

Antwoord

Zoals ik in mijn antwoord op vraag 2 heb aangegeven zijn houders van paarden zelf verantwoordelijk voor het welzijn van hun dieren tijdens vervoer naar en verblijf op de markt. Daarnaast dient ook de marktorganisatie zorg te dragen voor het voorkomen van welzijnsproblemen tijdens het verblijf op de markt. Daarom zijn in opdracht van de organisatie van de paardenmarkt door dierenartsen controles uitgevoerd tijdens de aanvoerperiode van de dieren. Er zijn geen overtredingen van Wet dieren artikel 1.3 lid 3 vastgesteld door de NVWA.

De Ook was de NVWA conform afspraak overdag bereikbaar en beschikbaar voor de marktorganisatie in geval van welzijnsmisstanden op de markt zelf. Daarvan is geen gebruikgemaakt.

De NVWA heeft in Hedel daarnaast inspecties uitgevoerd bij de aanvoer van de paarden op de markt. Daarbij zijn geen overtredingen geconstateerd. Tevens zijn inspecties uitgevoerd bij transporten vanaf de markt. Bij deze inspecties is geconstateerd dat gepoogd werd 45 dieren illegaal uit te voeren naar België of Duitsland. Voor poging tot illegale export zijn er twee processen-verbaal opgemaakt. Ook zijn er 12 schriftelijke waarschuwingen opgelegd. Onder meer voor onvoldoende ruimte boven de schofthoogte van het dier in het vervoermiddel, het ontbreken van een transportvergunning, vervoersdocumenten en bewijs van vakbekwaamheid.

5 (oorspronkelijk genummerd als 4). Klopt het dat er twee paarden met de besmettelijke ziekte droes zijn aangekocht op de paardenmarkt in Hedel? Zo ja, hoe heeft het kunnen gebeuren dat deze paarden verhandeld zijn?

Antwoord

Droes behoort niet tot de categorie aangifteplichtige ziekten. Het is mij niet bekend of er paarden met die ziekte zijn aangeboden en of aangekocht op de paardenmarkt in Hedel. Daarover zijn geen feiten geconstateerd dan wel signalen ontvangen. Het is de verantwoordelijkheid van de paardenmarkt om te zorgen dat geen zieke dieren op de markt worden aangeboden. Controle op dierziekten vindt in de regel plaats aan begin van de markt. Controles worden uitgevoerd door private dierenartsen in opdracht van de organisatie.

6 (oorspronkelijk genummerd als 5). Hoe garandeert de NVWA dat er geen zieke paarden verhandeld worden en in de vleesketen terecht komen, als er slechts steekproefsgewijs wordt gecontroleerd?

Antwoord

Houders en dierenartsen die dierziekten constateren hebben, in geval het meldingsplichtige en/of aangifteplichtige dierziekten betreft, de verplichting hiervan melding te doen bij de NVWA. Deze zal hier dan op acteren volgens het staande beleid voor de desbetreffende dierziekte. Dieren die naar het slachthuis afgevoerd worden, ondergaan daar nog een levende en een post-mortem keuring. Als in deze een verdenking op een aangifteplichtige dierziekte wordt geconstateerd, zal de NVWA eveneens in actie komen.

7 (oorspronkelijk genummerd als 6). Zijn de misstanden op de paardenmarkt in Hedel te wijten aan het ‘gebrek aan duidelijkheid’ over een aantal juridische zaken, zoals ‘het stellen van eisen aan dierenwelzijn door een gemeente op een paardenmarkt en de toepasselijkheid van de Wet dieren’? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zoals ik onlangs ook in de stand van zaken brief aan uw Kamer (Kamerstuk 28286, nr. 989) heb aangegeven, blijkt dat er meer duidelijkheid moet komen over een aantal juridische zaken zoals het stellen van eisen aan dierenwelzijn door een gemeente op een paardenmarkt en de toepasselijkheid van de Wet dieren. Ik heb aangegeven dat mijn ministerie daartoe in overleg zal treden met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om een en ander uit te zoeken. Dat proces is nu gaande.

8 (oorspronkelijk genummerd als 7). Deelt u de mening dat open normen in de Wet dieren en een vrijblijvend keurmerk van de Sectorraad Paarden zorgen voor onduidelijkheid bij toezichthoudende en handhavende instanties? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Er zijn algemene normen met betrekking tot het welzijn opgenomen in de Wet Dieren die voor alle dieren dus ook voor paarden gelden. Daarnaast is er door de Sectorraad paarden (SRP) in samenwerking met mijn ministerie een Gids voor Goede praktijken ontwikkeld. Deze geeft een nadere invulling van de algemene regels. Deze Gids geeft de paardenhouders allerlei feiten, richtlijnen en adviezen hoe met een paard moet worden omgegaan zodat goed voor zijn welzijn wordt gezorgd. Ik werk aan een Regeling op basis waarvan beoordeling van gidsen goede praktijken kan gaan plaatsvinden. Deze Regeling zal naar verwachting dit voorjaar in werking treden. Daarna zal de Gids van de Sectorraad zo spoedig mogelijk beoordeeld worden. Na beoordeling kan de gids door de NVWA en de Landelijke Inspectiedienst (LID) worden gebruikt als leidraad bij het toezicht op en de handhaving van het welzijn van de paarden.

Het Keurmerk Paard en Welzijn (KPW) is een initiatief van de SRP en wordt beheerd door de Stichting KPW. Deze heeft zelf inspecteurs opgeleid die op basis van het keurmerk de controles gaan uitoefenen. De eisen van het keurmerk zijn een praktische en concrete invulling van hetgeen in de wet middels doelvoorschriften voor voorgeschreven.

9 (oorspronkelijk genummerd als 8). Hoe kan het dat de gemeente Maasdriel als bevoegd gezag niet heeft opgetreden tegen bovengenoemde misstanden?

Antwoord

Op 14 januari 2019 is er overleg geweest tussen mijn ambtenaren en de gemeente Maasdriel. De gemeente heeft aangegeven dat leden van de organisatie van het bestuur van de Stichting Paardenmarkt Hedel opdracht hebben gekregen om mensen die onvoldoende oog hadden voor het welzijn van paarden daarop aan te spreken. Daarnaast waren vier buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s) aanwezig en deze hebben een tiental paarden van de markt laten verwijderen vanwege gedrags- en welzijnsproblemen bij de paarden. Afgesproken is om dit jaar de personen die met het toezicht worden belast, via een schriftelijke instructie met betrekking tot welzijn te instrueren. De NVWA heeft aangegeven daar waar gewenst inhoudelijk te willen adviseren. Ook kan de NVWA, als blijkt dat houders zich toch niet aan de wettelijke voorschriften houden, handhaven.

10 (oorspronkelijk genummerd als 9). Hoe wordt het ‘lokaal deskundig toezicht en handhaving’ door gemeenten vormgegeven? Welke diensten zijn daarbij betrokken?

Antwoord

In de vergunning die door de gemeente aan de Stichting Paardenmarkt Hedel wordt verleend wordt verwezen naar het Protocol Welzijn paardenmarkten zoals dat door de RDA in haar Zienswijze is aangescherpt (zie ook mijn antwoord op vraag 3). Dat Protocol is onderdeel van de vergunning. Dat dient dus bij het toezicht te worden betrokken. Naast leden van de Stichting die zich met het toezicht op de markt bezig houden zijn het de BOA’s van de Gemeente Hedel, de politie en de NVWA die als diensten betrokken zijn bij het toezicht op de markt. Daarnaast staat de brandweer paraat om paarden die op welke manier dan ook ‘bekneld’ raken te ontzetten.

11 (oorspronkelijk genummerd als 10).

Deelt u de constatering van de Raad voor Dieraangelegenheden dat in de huidige praktijk het welzijn van paarden bestemd voor de (internationale handel) in het gedrang komt, aangezien de totale duur van het vervoer en verblijf op de markt de maximaal toegestane duur van 24 uur (Europese Transportverordening) in de regel wordt overschreden?

12 (oorspronkelijk genummerd als 11)

Deelt u de mening dat er om die reden strikter toezicht en handhaving nodig is? Zo ja, hoe bent u van plan hier vorm aan te geven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 11 en 12

Een paardenmarkt wordt gezien als een verzamelcentrum. Sinds dit jaar mag er uitsluitend van erkende verzamelcentra geëxporteerd worden. Er zijn drie paardenmarkten (Elst, Hedel en Zuidlaren) die speciaal daarvoor een door de NVWA erkend gedeelte hebben ingericht. Daarnaast is er nog een verzamelcentrum dat het gehele jaar door een erkenning heeft voor export van paarden. Alleen van deze 4 erkende verzamelcentra is dus internationale handel mogelijk. De verzamelcentra zijn hierbij plaats van vertrek en vanaf daar geldt een transportduur van maximaal 24 uur. De NVWA houdt toezicht op de erkende verzamelcentra en certificeert de dieren. In 2018 is het merendeel van de geëxporteerde paarden vanaf de drie paardenmarkten naar bestemmingen in België en Duitsland vervoerd.

13 (oorspronkelijk genummerd als 12).

Waarom wordt nog altijd ingezet op zelfregulering door de sector, ondanks jaarlijkse berichtgeving over ernstige misstanden op paardenmarkten?

14 (in de vragen genummerd als 13)

Waarom wordt de specialistische zorg voor paarden en de definitie van paardenmishandeling niet wettelijk vastgelegd, zodat handhavers hierop kunnen acteren?

Antwoord 13 en 14

In de praktijk zien we dat veel paardeneigenaren zich zeer verantwoordelijkheid voelen voor onder meer het welzijn van hun paard. Ze willen over het algemeen goed voor hun paard zorgen en hebben daar veelal een speciale band mee. Waar het soms aan schort is een gebrek aan kennis. Dat wordt door de sector goed opgepakt door middel van de instrumenten die de laatste jaren zijn ontwikkeld zoals de Gids Goede Praktijken en de welzijnscheck op het internet.

De nieuwste stap is de aanscherping van het Protocol welzijn paardenmarkten zoals door de Raad voor dierenaangelegenheden is geadviseerd (zie antwoord op vragen 17 en 18).

Ik ben van mening dat het inzetten van specifieke, aanvullende wetgeving voor paardenwelzijn niet bijdraagt aan beter welzijn voor paarden of versnelling van het proces.

15 (oorspronkelijk genummerd als 14).

Kunt u aangeven wat er op het gebied van dierenwelzijn en de controle en handhaving daarop is verbeterd op de paardenmarkt van Hedel, sinds lid Ouwehand op 11 november 2010 daarover vragen stelde aan uw ambtsvoorganger Bleker?

16 (oorspronkelijk genummerd als 15)

Erkent u dat er sprake is van jarenlang gedogen van praktijken die het welzijn van paarden aantasten, wanneer acht jaar na constatering van eenzelfde soort misstanden op de paardenmarkt in Hedel, en de daaropvolgende belofte van uw voorganger om de omstandigheden voor de dieren te verbeteren, dergelijke misstanden zich nog altijd op grote schaal voordoen?

Antwoord 15 en 16

De NVWA heeft sinds 2011 inspecties uitgevoerd op paardenmarkten waaronder die in Hedel. Dit betrof ook inspecties gericht op de aan- en/of afvoer van paarden. In de jaren 2015 t/m 2017 zijn bij de inspecties tekortkomingen vastgesteld op het gebied van welzijn tijdens transport, maar ook ten aanzien van het ontbreken van de vereiste veterinaire certificaten, dan wel geen volledig correcte certificaten. Ook in 2018 zijn inspecties uitgevoerd waarvan de resultaten momenteel worden geanalyseerd. In mijn antwoord op vraag 4 ben ik ingegaan op de inspecties die op de paardenmarkt in Hedel zijn uitgevoerd.

Inspectieresultaten paardenmarkten 2015 t/m 2017:

2015: 106 inspecties waarvan 38 (36%) niet akkoord, interventies 22x proces verbaal en 11x rapport van bevindingen, 5x overig (mondelinge correctie of schriftelijke waarschuwing)

2016: 97 inspecties, waarvan 30 (31%) niet akkoord, interventies 9 x schriftelijke waarschuwing, 20 x proces-verbaal en 1 x rapport van bevindingen

2017: 105 inspecties, waarvan 28 (27%) niet akkoord, interventies 12x schriftelijke waarschuwing,9 x proces-verbaal, 6x mondelinge waarschuwing, 1x geen afdoening.

Ik constateer dat sprake is van een dalende trend bij het aantal niet-akkoord inspecties. Ik ben mij ervan bewust dat de NVWA niet op alle activiteiten die zich afspelen op een paardenmarkt permanent toezicht kan houden. Houders van paarden en de marktorganisatie hebben een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om garanderen van dierenwelzijn en diergezondheid. Ook bij de betrokken gemeenten ligt een belangrijke verantwoordelijkheid. Ik blijf met hen en met de VNG in gesprek over hoe zij hieraan invulling kunnen geven mede op basis van de zeer bruikbare adviezen die de RDA heeft gedaan in de Zienswijze Paardenmarkten in Nederland, man en paard noemen (zie ook het antwoord op vragen 17 en 18).

17 (oorspronkelijk genummerd als 16)

Deelt u de constatering van uw ambtsvoorganger dat het verbeteren van het welzijn van de dieren op paardenmarkten essentieel is voor het maatschappelijk draagvlak voor deze paardenmarkten?

18 (oorspronkelijk genummerd als 17)

Welke gevolgen hebben deze voortdurende misstanden volgens u voor het maatschappelijk draagvlak voor paardenmarkten? Welke consequenties verbindt u hieraan?

Antwoord 17 en 18

Zoals al eerder aangegeven heeft de RDA geconstateerd dat in Nederland de paardenhouderij, en daarmee ook de paardenhandel, geaccepteerd en ingebed is in de maatschappij. Er zijn vele kanalen voor paardenhandel en de markt is er een die vaak gecombineerd wordt met andere maatschappelijke evenementen. De Raad komt tot de conclusie dat paardenmarkten in de huidige maatschappij een acceptabele manier vormen voor handel in paarden, onder voorwaarde dat het welzijn niet in het gedrang komt bij het verblijf op de markt. Om het welzijn nog beter te kunnen garanderen heeft de RDA het Protocol Welzijn Paardenmarkten aangescherpt. Veel paardenmarkten (zeker de grotere) zijn nu bezig om deze aangescherpte eisen over te nemen. Bij betrokken gemeenten ligt een belangrijke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het welzijn van de paarden op de markten voldoende wordt gewaarborgd. Ik ben en blijf daarover met die gemeenten en de VNG in gesprek.